Bij een operatie, een bevalling, een
verkeersongeval... Om dan te helpen, zamelen we bloed in. Dat doen we
regelmatig,
want bloed kan maximum 35 dagen worden bewaard. Ben je gezond, tussen 18
en 65 jaar en vertoont
geen AIDS-risicogedrag? Dan kan je vrijwillig een
beetje
bloed afstaan aan mensen die er dringend nood aan hebben. Het
vraagt maar een kwartiertje van je tijd en het heeft geen invloed op je
fitheid. Wij zorgen ervoor dat je bloed grondig wordt gecontroleerd. En
dat je gift in de juiste omstandigheden verwerkt, bewaard en vervoerd
wordt.
Hoe verloopt een bloedafname?
Een bloedinzameling gaat steeds door in aanwezigheid van een dokter.
Hij overloopt samen met jou de medische vragenlijst en beslist na een
kort medisch onderzoek of je in aanmerking komt om bloed te geven. Dan
ga je liggen op één van de bedden. De dokter of verpleegkundige legt een
knelband aan rond je arm, geeft een prikje met een steriele naald en je
bloedgift begint. Bloed wordt enkel afgenomen door speciaal opgeleid
personeel. Zij gebruiken steriel materiaal dat alleen voor jou bestemd
is. Bloed geven is dus absoluut veilig.
Na de afname krijg je een drankje en kan je even rusten. Daarna kan
je gewoon doorgaan met wat je bezig was: werken, studeren, sporten,...
Het is dus een fabeltje dat je geen deeltje van je bloed kan missen. Je
lichaam begint na de bloedgift onmiddellijk nieuwe bloedcellen aan te
maken. We bouwen trouwens een extra zekerheid in. Je dient na elke
bloedgift minstens twee maanden te wachten vooraleer je opnieuw bloed
geeft. Per jaar kan je maximum vier maal bloed geven, maar laat hierover
geen misverstand bestaan: het is niet zo dat je na een bloedgift
verplicht bent om opnieuw bloed te geven. Je bent volledig vrij om terug
te komen of niet.
Ik wil bloed geven. Kan ik dat zomaar?
Er zijn enkele voorwaarden waaraan je moet voldoen. Je moet tussen de
18 en 65 jaar zijn en gezond. Bovendien mag je geen risicogedrag voor
AIDS vertonen. Bij een bloedinzameling bekijken we jouw persoonlijke
gegevens in alle discretie. Stel bijvoorbeeld dat enkele vrienden naar
een bloedinzameling gaan. Bij het lezen van de AIDS-infofolder herkent
één van hen zich in het beschreven risicogedrag. Door sociale druk wil
hij toch bloed geven. Om dergelijke gevoelige situaties op te vangen,
krijgt elke bloedgever een 'bloedbestemmingsformulier', waarop hij kan
vermelden of hij al dan niet een risicogedrag vertoont. Het formulier is
anoniem en heeft enkel een nummer, gelijk aan het donatienummer van het
bloedzakje. Na de bloedgift wordt het formulier gecontroleerd door een
bevoegde medewerker.
Door één zakje bloed te geven, help je méér dan één patiënt

Door 1 zakje bloed te geven, help je méér dan één patiënt, kijk maar:
De rode bloedcellen worden toegediend aan ziekenhuispatiënten die een
tekort aan bloed hebben. Bijvoorbeeld: mensen met bloedarmoede of
slachtoffers van verkeersongevallen. Het plasmagedeelte wordt verder
bewerkt tot plasmaproducten: stollingsfactoren voor hemofiliepatiënten,
antistoffen die ziekten bestrijden en eiwitpreparaten die onder meer
nuttig zijn voor brandwondenpatiënten en het virusgeïnactiveerd plasma
dat in zijn geheel wordt toegediend bij patiënten die een zware
heelkundige ingreep moeten ondergaan. De bloedplaatjes zijn vooral nodig
voor leukemiepatiënten en patiënten met ernstig bloedverlies.
Een gezond mens kan wat missen
Gemiddeld heeft een gezonde, volwassen persoon zo'n 4 tot 6 liter
bloed, afhankelijk van zijn gewicht. Een vuistregel zegt dat een mens
ongeveer één dertiende van zijn lichaamsgewicht aan bloed heeft. Bij een
bloedafname geef je 7,5 ml bloed per kilogram van je lichaamsgewicht.
Het maximum dat je geeft is echter 500 ml. Kan je dat bloed wel missen?
Ja zeker. Onmiddellijk na de bloedgift maak je nieuwe bloedcellen aan.
Wat gebeurt er met je bloed? 'De bloedsomloop'
Verwerken
Zodra het bloed is afgenomen, wordt het verwerkt. Om elke patiënt
optimaal te helpen, is het best dat hij enkel de bloedbestanddelen
krijgt waaraan hij echt behoefte heeft. Daarom splitsen we het bloed zo
snel mogelijk na de afname in bloedcellen en plasma. Soms wordt ook een
derde bestanddeel afgescheiden: de bloedplaatjes. Dat is dan ook de
reden waarom je bij de bloedafname een bloedzakje met 2 of meer
satellietzakjes krijgt.
Onderzoeken
Na elke bloedgift gebeurt een aantal bloedonderzoekingen in het
belang van zowel de donor als de patiënt. Zo dienen deze testen niet
alleen om de bloedcellen te tellen en de bloedgroep te bepalen, maar ook
om via bloed overdraagbare aandoeningen op te sporen: AIDS, hepatitis B
en C, syfilis.
Bewaren
Het bewaren gebeurt zeer zorgvuldig. Bloedcellen kunnen immers ten
hoogste 35 dagen bewaard blijven bij 2°C tot 6°C. Plasma wordt
ingevroren bij een temperatuur van -40°C en blijft langer dan een jaar
bruikbaar. Bloedplaatjes daarentegen kunnen maar 5 dagen bewaard worden
op 22°C.
Leveren
Pas wanneer alle controles uitgevoerd zijn, kan het bloed doorgegeven
worden naar de ziekenhuizen. De bloedtransfusiecentra staan in voor de
permanente bevoorrading van de ziekenhuizen. Die krijgen meerdere malen
per week en bij dringende situaties het nodige bloed.